International

Duitslandweb

Spaghetti aan het plafond

Linkse subcultuur doet volkskeukens herleven

(28 juli 2005) Ze zijn een overblijfsel uit de jaren tachtig toen vele panden in Berlijn werden gekraakt: de autonome Freiräume alias ‚projecthuizen‘. Je geniet er gratis dan wel tegen een kleine donatie een maaltijd tussen de punkers of kijkt kosteloos films in een pikdonkere kelder met laaghangende afvoerbuizen. Een kijkje in Berlijns alternatieve scene.

door Jordi Vermeulen

Een kleine onopvallende deur biedt toegang tot een huiskamerachtige ruimte met versleten fauteuils en een paar wankele stoelen. Het donkere vertrek is met punkers en honden gevuld. Aan de muur hangt een groot wit scherm waarop vanavond een film wordt geprojecteerd. Of de film echt vertoond wordt, en zo ja, of het de film is die was aangekondigd, blijft een verrassing. Een echte bioscoop kun je Bandito Rosso (Rode Bandieten), gelegen in de Oost-Berlijnse wijk Prenzlauer Berg, namelijk niet noemen. Het is een van de vele huizen in de stad waarin doorgaans ‘linkse autonomen’ wonen. Naast gratis filmvertoningen worden in de panden onder meer feesten, concerten, lezingen, theater, seminars en volkskeukens georganiseerd.

Volkskeukens, zogenaamde VoKü’s (Volksküche), vind je elke avond van de week op zo’n tien locaties in Berlijn. De volkskeuken-organisatoren krijgen hun ingrediënten van supermarkten die de overgebleven levensmiddelen anders weg zouden gooien. De maaltijden zijn zonder vlees om de kosten te drukken en de vele vegetarische en veganistische bezoekers tevreden te stellen. Voor hooguit 2,50 euro heb je een warme maaltijd, soms zelfs met voorgerecht. Als je ook dat bedrag niet kunt missen, wordt er een oogje dichtgedaan. Thomas, ooit kok in de volkskeuken van ‚projecthuis‘ Beamer 84, vertelt dat er in de zomer een flinke toeloop is. In de winter is dat heel anders: dan liggen de VoKü’s op hun gat omdat de organisatoren uit geldgebrek niet stoken.

Volxküche met een ’x’

De volkskeuken is van alle tijden, ook in Berlijn. In 1866 richtte Lina Morgenstern, een vrouw uit de burgerij die begaan was met de minderbedeelden, een armenkeuken op. Ruim vijftig jaar later was het de Streikküche van de Kommunistische Partei Deutschlands (KPD) die stakende arbeiders met warme maaltijden ondersteunde. Bij de door de nationaal-socialisten geleide volkskeuken in de jaren dertig waren alleen ‘volksgenoten’ welkom; burgers die aan de fascistische criteria van de nazi’s voldeden. De volkskeuken is echter pas onderdeel geworden van de linkse subcultuur toen links-autonome huisbezetters in de jaren zestig gezamenlijk gingen koken voor de hele woongroep inclusief gelijkgezinden. Sinds de volkskeuken weer behoord tot het linkse domein wordt Volxküche met een ‘x’ geschreven om het door nazi-ideologie besmette woord ‘volk’ te vermijden. Bandito Rosso gaat een bewuste spelfout als onderscheid niet ver genoeg en noemt haar volkskeuken Bevölkerungsküche. Het uitgangspunt van de ‚projecthuizen‘ luidt: op fascisten na is iedereen er welkom.

Ondanks dit tolerante uitgangspunt zijn de volkskeuken- en filmavonden vooral ontmoetingsplekken voor mensen uit de alternatieve, linkse scene. Aan de gastvrijheid van Bödiker, een voormalig kraakpand in de wijk Friedrichshain, kan het niet liggen dat weinig mensen van buiten de scene een kijkje komen nemen. De huisbewoners annex organisatoren staan resoluut hun zitplaats af aan twee binnenkomende bezoekers die tevergeefs zoeken naar een vrije stoel – en dat terwijl de film al een half uur loopt. De vanavond vertoonde documentaire ‚Wall‘ van Simone Button gaat over de bouw van de muur in Israël en is een typische ‚projecthuisfilm‘. Blockbusters tref je in de ruimtes niet snel aan, wat minder bekende films over thema’s als globalisering, het milieu, minderheden, racisme en onderdrukking zijn daarentegen wekelijkse kost.

Underground

Veel panden die nu dienst doen als ‚projecthuis‘ kwamen leeg te staan toen Oost-Berlijners ten tijde van de Muur naar het Westen trokken en hun woning onbewoond achterlieten. Leegstaande woningen werden gekraakt, of, indien ze zich in de nabijheid van de Muur bevonden, door de DDR toegewezen aan ‘betrouwbare’ personen die het grensgebied moesten controleren. Na de val van de Muur sloot de Berlijnse gemeenteraad overeenkomsten met enkele huisbezetters: in ruil voor een huurcontract kregen de krakers geld om de vaak sterk verpauperde panden op te knappen.

Hoewel de ‚projecthuizen‘ deel uitmaken van de Berlijnse linkse subcultuur zijn ze qua locatie, publiek en activiteiten onderling enorm verschillend. Veel ruimtes bevinden zich in achterafgelegen hofjes en zijn daardoor moeilijk te vinden. Bij het inmiddels gesloten Offenes Fenster moest je door een venster kruipen om je toegang te verschaffen. Het naast een woonwagenkamp gelegen Köpi bevindt zich onder de grond, in een kelder met laaghangende afvoerbuizen. Open Space daarentegen bezit een normale voordeur en eenmaal binnen waan je je in een normaal cafe.

Niet alleen de goede staat van het pand, maar ook het publiek van Open Space onderscheidt zich van veel andere huizen. Weinig punkers, geen honden, wel veel studenten, jonge werkende stelletjes, kunstenaars en arbeidslozen, afkomstig uit zowel binnen- als buitenland. Vaste bezoeker Thomas, werkloos, legt uit dat hij de volkskeukens vooral bezoekt om veganistische recepten uit te wisselen. Paul, een leraar Duits, bezoekt Open Space vanavond voor ’t eerst omdat de film over waterproblematiek in Zuid-Afrika hem interesseert.

Keuken alias darkroom

Andreas, gekleed in een truitje van (namaak)bont, spijkerrok en een leren band met metalen stekels om zijn nek, staat achter de bar in Open Space. Met luide stem maant hij de bezoekers het uitgestalde fruit en groente mee te nemen. ‘Er wordt niet betaald’ staat op een bordje erboven. Enthousiast vertelt Andreas over zijn eerste jaren in het projecthuis. Als 21-jarige kwam hij er als vrijwilliger via kennissen terecht. Een nieuwe wereld ging voor hem open: “De keuken deed tegelijkertijd dienst als darkroom. Matrassen lagen op de keukenvloer en de spaghetti kleefde aan het plafond.” Andreas knapte het pand op wat er onder andere toe leidde dat je de wc niet meer met regenwater hoeft door te trekken.

Hoewel de inmiddels 28-jarige Andreas door zijn werkzaamheden als eigenaar van een cateringbedrijf minder tijd heeft voor Open Space voelt hij zich nog steeds erg betrokken. Hij vindt het belangrijk dat de volkskeukencultuur in stand wordt gehouden. “De volkskeukens zijn een traditie. Het zijn dé plekken waar interessante mensen elkaar ontmoeten en inspireren.” Met het radicale gedachtegoed van veel anarchisten uit de scene heeft hij niets gemeen: “Achterhaald en niet realistisch. Die punkers kankeren voortdurend op het systeem en vinden alles Scheisse, maar staan wel elke maand bij het loket om hun uitkering op te halen.”

Jordi Vermeulen studeert geschiedenis aan de Humboldt-Universität in Berlijn.

Quelle: http://www.duitslandweb.nl/